De manier waarop je de veters van je hardloopschoenen strikt, heeft direct invloed op comfort, pasvorm en het voorkomen van blaren of zwarte nagels. Niet elke voet is hetzelfde, en een standaard veterknoop werkt lang niet voor iedereen. Met de juiste vetermethode pas je de schoen aan op jouw voetvorm, zonder dat je een nieuwe schoen hoeft te kopen.
Waarom de vetertechniek bij hardloopschoenen ertoe doet
Een hardloopschoen die te strak zit aan de teen, maar te los zit aan de hiel, geeft problemen. Je voet glijdt naar voren, de teennagels raken de schoenrand, en op de hiel ontstaan blaren. Andersom, een schoen die te strak over de wreef loopt, knijpt en veroorzaakt gevoelloosheid of tinteling in de voet. De oplossing zit vaak niet in een andere schoen, maar in een andere veterstriktechniek.
Hardloopschoenen hebben bovendien vaak extra vetergaatjes of een speciaal hiellus-oogje dat veel lopers nooit gebruiken. Juist die zijn bedoeld om de schoen beter aan te passen. Hieronder staan de meest bruikbare technieken per probleem.
De parallelvetertechniek: standaard en snel
De meeste lopers gebruiken de kruisvetertechniek, waarbij veters diagonaal over de schoen gaan. De parallelvetertechniek werkt anders: de veters lopen recht over de schoen, horizontaal van oogje naar oogje. Dit vermindert de druk op de wreef, want er is geen diagonale trekkracht meer. Heb je een hoge wreef of last van druk boven op de voet? Dan is dit een goede eerste stap om te proberen.
De hiellus-techniek voor een stevige hiel
Veel hardloopschoenen hebben bovenaan een extra oogje, iets dichter bij de hiel dan de rest. Dit is het zogenoemde “hiellus”-oogje. Door hier gebruik van te maken, vergrendel je de hiel beter in de schoen. Dit vermindert het risico op blaren op de hiel en geeft meer stabiliteit bij het afzetten.
Zo gebruik je het hiellus-oogje:
- Rijg de veter zoals gewoonlijk tot het op een na laatste oogje.
- Steek de veter omhoog in het hiellus-oogje, zodat er aan beide kanten een lusje ontstaat.
- Kruis de veters daarna door het lusje aan de overkant.
- Trek aan beide veters zodat de lus strak trekt rond de hiel.
- Strik nu de veter zoals gewoonlijk.
Deze techniek kost even oefening, maar geeft merkbaar meer grip op de hiel, met name bij bergaf hardlopen of op ongelijk terrein.
Veters van hardloopschoenen bij brede voeten of smalle voeten
Heb je een brede voetbal, dan kun je de onderste veteroogjes losser laten of overslaan. Begin pas halverwege de schoen met strikken, zodat de voorkant van je voet meer ruimte heeft. Dit is een simpele aanpassing die bij brede voeten direct verlichting geeft.
Bij een smalle voet werkt het andersom. Trek de veters in de onderste oogjes juist iets strakker aan dan de rest. Zo omsluit de schoen de voet van onderen stevig, terwijl de wreef normaal gestrikt blijft. Je voet beweegt minder zijwaarts, wat slipgevoel in de schoen vermindert.
Pijnlijke plek op de wreef? Gebruik de overspring-methode
Heb je een gevoelige plek of botuitsteeksel op de wreef, zoals een ganglion, dan kun je de veter over dat oogje heen springen. Je rijgt de veter aan beide kanten verticaal omhoog naar het volgende oogje, zodat er geen druk komt op de gevoelige plek. Daarna ga je weer gewoon verder. De rest van de schoen blijft goed zitten, terwijl de drukplek wordt ontzien.
Elastische veters versus gewone veters
Een aparte keuze is die tussen elastische en gewone veters voor hardloopschoenen. Elastische veters passen zich automatisch aan de voetzwelling aan die ontstaat tijdens een lange duurloop. Je voet zwelt bij inspanning, en een gewone strakke veter kan dan voor knelpunten zorgen. Elastische veters compenseren dit, maar geven minder controle over de exacte pasvorm. Voor korte afstanden of tempo-trainingen werken gewone veters doorgaans beter. Voor halve of hele marathons is een elastische veter het overwegen waard, zeker als je last hebt van tinteling in je voeten na tien kilometer of langer.
Praktische tips voor het strikken
- Strik je hardloopschoenen altijd op hetzelfde moment van de dag. ’s Avonds is je voet iets groter dan ’s ochtends.
- Trek de veters egaal aan, niet alleen bovenaan strak en onderaan los.
- Controleer of de veter niet gedraaid in het oogje zit; dat geeft onregelmatige druk.
- Gebruik de duimeltest: je moet na het strikken nog net je duim kunnen schuiven onder de veter op de wreef.
- Lange veters die je meerdere keren moet omwikkelen, kun je beter vervangen door kortere veters voor dezelfde schoen.
De juiste vetertechniek voor jouw hardloopschoenen is een kleine moeite met een merkbaar resultaat. Probeer bij je volgende training één aanpassing uit, zoals het hiellus-oogje of het overslaan van een oogje bij een gevoelige plek. Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen om direct verschil te voelen.


