Met een kleding kleurentest ontdek je in een paar stappen welke kleuren jou het beste staan. De test is gebaseerd op drie dingen: de ondertoon van je huid, je haarkleur en je oogkleur. Samen bepalen die welk kleurtype jij bent, en welke kleuren je huid laten stralen in plaats van dof maken.
Stap 1: bepaal de ondertoon van je huid
De ondertoon van je huid is niet hetzelfde als je huidskleur. Je kunt een lichte huid hebben met een warme ondertoon, en een donkere huid met een koele ondertoon. Er zijn drie mogelijkheden: warm (geel, goud of perzik), koel (roze, rood of blauw) en neutraal (een mix van beiden).
Een makkelijke manier om je ondertoon te bepalen: kijk naar de binnenkant van je pols in daglicht. Zijn je aders groenig, dan heb je waarschijnlijk een warme ondertoon. Zijn ze blauw of paars, dan is je ondertoon koel. Zie je allebei, dan zit je waarschijnlijk in de neutrale categorie. Een andere methode: houd een wit vel papier naast je gezicht. Lijkt je huid daardoor meer geel of goudkleurig, dan is je ondertoon warm. Lijkt je huid rozig of bleekjes, dan is hij koel.
Stap 2: kijk naar je haarkleur
Je haarkleur geeft een extra aanwijzing. Blond, roodblond, koperkleurig, donkerbruin met gouden of roodachtige gloed en zwart met een bruine tint horen bij een warme ondertoon. Asblond, asbruin, zwart met een blauwe of grijze gloed en grijs of wit haar passen bij een koele ondertoon. Uiteraard geldt dit voor je natuurlijke haarkleur, niet voor een geverfde kleur.
Stap 3: bekijk je oogkleur
Bruine, hazelnoot- of amberkleurige ogen horen bij een warm type. Blauwe, grijze of groene ogen passen vaker bij een koel type. Maar oogkleur alleen zegt weinig. Het is de combinatie met huid en haar die het plaatje compleet maakt.
Welke kleur kleding past bij mij? Jouw kleurtype als uitkomst van de test
Op basis van de drie stappen land je bij een van de vier klassieke kleurtypen, gebaseerd op de jaargetijdenmethode. Dit systeem is al tientallen jaren een standaard in kleuradvies.
- Lente: warme ondertoon, licht en helder. Passen goed: perzik, koraalrood, warm beige, olijfgroen, helder blauw.
- Zomer: koele ondertoon, licht en zacht. Passen goed: lavendel, poederroze, zacht blauw, grijs, oud roze.
- Herfst: warme ondertoon, diep en gedempte kleuren. Passen goed: terracotta, mosterdgeel, olijf, roest, donkerbruin.
- Winter: koele ondertoon, diep en helder. Passen goed: kobaltblauw, knalrood, zwart, wit, fuchsia, koningsblauw.
Bepaal eerst of jij warm of koel bent, en dan of je huid en haar eerder licht/helder of diep/gedempte tinten hebben. Zo kom je bij lente of herfst (warm) of bij zomer of winter (koel) uit.
Praktische tips om je kleurtype te checken
Twijfel je nog? Trek thuis twee kledingstukken aan in kleuren die tegenover elkaar staan, bijvoorbeeld een warm oker en een koel lavendel. Ga in daglicht voor een spiegel staan en let op je gezicht: bij welke kleur lijkt je huid frisser, stralender en gezonder? Dat is de winnaar.
Ook nuttig: kijk naar de kleren die je in het verleden veel complimenten gaven. Die kleuren liggen waarschijnlijk binnen jouw kleurpalet. Het omgekeerde geldt ook: als mensen vragen of je moe of ziek bent terwijl dat niet zo is, draag je vermoedelijk een kleur die niet bij je ondertoon past.
Wat als je kleurtype niet duidelijk is?
Niet iedereen past precies in één seizoen. Dat is normaal. Veel mensen vallen in een overgangstype, zoals warm-zomer of koel-herfst. In dat geval helpt het om te focussen op de ondertoon (warm of koel) als basisregel, en van daaruit te experimenteren. Neutrale kleuren zoals camel, marineblauw, grijs en gebroken wit zijn relatief veilig voor bijna ieder type.
De kleding kleurentest is een handig startpunt, geen wet. Je eigen voorkeur, gelegenheid en het effect van make-up spelen ook mee. Maar als je weet welke ondertoon jij hebt, koop je minder kleding die toch niet zo goed blijkt te zitten als je dacht en maak je sneller de juiste keuze in de winkel.


