Het pensioenstelsel in Nederland is volop in beweging. Miljoenen mensen bouwen elke maand pensioen op, maar lang niet iedereen weet precies hoe dat werkt of wat de recente veranderingen betekenen. Dat is niet zo vreemd, want de regels zijn ingewikkeld en de gevolgen zijn pas later in het leven voelbaar. Toch loont het om je er nu al in te verdiepen, want hoe eerder je begrijpt hoe het stelsel werkt, hoe beter je je er op kunt voorbereiden.
Zo is het pensioenstelsel in Nederland opgebouwd
Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie lagen. De eerste laag is de AOW, een basisuitkering van de overheid die iedereen ontvangt die lang genoeg in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De tweede laag is het aanvullende pensioen dat je opbouwt via je werkgever, vaak via een pensioenfonds of een verzekeraar. De derde laag bestaat uit het pensioen dat je zelf regelt, bijvoorbeeld via een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening. De meeste mensen in loondienst bouwen automatisch pensioen op via hun werkgever. Zelfstandigen moeten dit zelf regelen, wat vaak voor een pensioengat zorgt op latere leeftijd. Nederland heeft internationaal een goede naam op het gebied van pensioenzekerheid, maar de houdbaarheid van het stelsel stond al jaren onder druk door vergrijzing en lage rentes.
De overgang naar een nieuw pensioenstelsel
In 2023 is de Wet toekomst pensioenen aangenomen. Die wet verplicht pensioenfondsen en werkgevers om vóór 2028 over te stappen op een nieuw systeem. In het oude stelsel beloofden pensioenfondsen een vast pensioen op basis van het gemiddelde loon dat iemand verdiende. In het nieuwe stelsel heeft elke deelnemer een eigen pensioenpot. Wat je uiteindelijk ontvangt, hangt af van de ingelegde premies en het rendement dat daarmee is behaald. Dat brengt meer persoonlijke duidelijkheid, maar ook meer onzekerheid over de uiteindelijke hoogte van de uitkering. Jongere generaties profiteren naar verwachting meer van dit systeem, omdat hun ingelegde geld langer kan renderen. Oudere deelnemers krijgen te maken met de vraag hoe hun opgebouwde rechten worden omgezet naar het nieuwe systeem, een proces dat invaren wordt genoemd.
Het generatiepact als oplossing voor oudere werknemers
Naast de grote stelselwijziging zijn er ook regelingen op de werkvloer die te maken hebben met pensioen en eerder stoppen met werken. Een bekend voorbeeld is het generatiepact, ook wel de 80 90 100 regeling genoemd. Bij deze regeling werkt een oudere werknemer minder uren, ontvangt tachtig procent van het salaris en bouwt toch honderd procent pensioen op. Dat klinkt aantrekkelijk, maar er zijn ook nadelen. Het inkomen daalt met tien procent of meer als je rekening houdt met belastingen en toeslagen. Daarnaast is er weinig flexibiliteit: als je van baan wisselt of van pensioenfonds verandert, vervalt de regeling vaak. Ook loopt de opbouw van sociale verzekeringen, zoals de WW, terug omdat die zijn gekoppeld aan het daadwerkelijk gewerkte aantal uren. Toch biedt de regeling voordelen voor werkgevers en werknemers samen, zoals minder ziekteverzuim onder oudere medewerkers en meer ruimte voor kennisoverdracht aan jongere collega’s.
Wat je zelf kunt doen om je pensioen op orde te krijgen
Een groot deel van de mensen heeft geen helder beeld van het pensioen dat zij later ontvangen. Op Mijnpensioenoverzicht.nl kun je zien hoeveel je tot nu toe hebt opgebouwd via alle fondsen en regelingen samen. Dat geeft een goed startpunt. Heb je jaren als zelfstandige gewerkt of heb je periodes gehad zonder pensioenopbouw? Dan is de kans groot dat er een tekort ontstaat. Je kunt dat aanvullen door zelf te sparen, een lijfrente af te sluiten of vrijwillig extra premie in te leggen bij sommige fondsen. Het loont ook om te kijken of jouw werkgever een regeling aanbiedt voor mensen die eerder willen stoppen met werken, zoals de RVU regeling of het generatiepact. Wil je weten wat de beste aanpak is voor jouw situatie? Dan is een gesprek met een onafhankelijk financieel adviseur een goede stap.
Veelgestelde vragen
Wat verandert er concreet voor mensen die al pensioen opbouwen?
Mensen die nu pensioen opbouwen via een pensioenfonds gaan over naar een nieuw systeem waarbij ze een eigen pensioenpot krijgen. De opgebouwde rechten uit het oude systeem worden omgezet naar dit nieuwe systeem. Pensioenfondsen zijn verplicht dit vóór 2028 te regelen. De hoogte van de uiteindelijke uitkering wordt meer afhankelijk van beleggingsresultaten en minder van een vaste belofte.
Heeft de AOW ook te maken met de stelselwijziging?
De AOW valt buiten de grote pensioenhervorming. Die wet richt zich op het aanvullende pensioen dat mensen opbouwen via hun werkgever. De AOW is een aparte basisuitkering van de overheid en verandert niet door de Wet toekomst pensioenen. Wel stijgt de AOW leeftijd de komende jaren nog verder mee met de levensverwachting.
Wat is het verschil tussen een pensioenfonds en een pensioenverzekeraar?
Een pensioenfonds is een collectieve organisatie die het pensioen van een hele sector of een groot bedrijf beheert, zoals het ABP voor ambtenaren. Een pensioenverzekeraar is een commerciële partij die pensioenregelingen aanbiedt aan werkgevers, vaak voor kleinere bedrijven. Beide bouwen pensioen op voor werknemers, maar de manier waarop ze werken en hoe het geld wordt belegd verschilt.
Kun je zelf extra pensioen opbouwen als je een tekort hebt?
Als je een pensioentekort hebt, kun je dat zelf aanvullen. Dat kan via een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening. De inleg is onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar. Hoeveel je mag inleggen hangt af van de zogenoemde jaarruimte en reserveringsruimte, die de belastingdienst berekent op basis van jouw situatie. Een financieel adviseur kan je helpen uitrekenen wat in jouw geval slim is.


